Minder ziekmeldingen in mei, langdurig verzuim houdt druk op de werkvloer hoog 

In mei 2026 daalde het gemiddelde verzuimpercentage in Nederland naar 4,7%, ten opzichte van 4,9% in april. Daarmee zet de gebruikelijke seizoensdaling door. Het verzuim ligt echter nog altijd hoger dan in de meimaanden van de afgelopen vijf jaar. Dat blijkt uit cijfers van arbodiensten ArboNed en HumanCapitalCare, beide onderdeel van HumanTotalCare en gezamenlijk werkzaam voor meer dan 1 miljoen werknemers. De verklaring ligt vooral in de aanhoudende toename van langdurig verzuim, waardoor de druk op de werkvloer hoog blijft. Tegelijkertijd zetten de huidige hoge temperaturen de werkvloer in veel sectoren momenteel extra onder druk.

verzuim3

Minder ziekmeldingen, meer langdurig verzuim

In mei registreerden ArboNed en HumanCapitalCare 39 ziekmeldingen per 1.000 werknemers. Dat zijn er aanzienlijk minder dan in april, toen sprake was van 46 ziekmeldingen per 1.000 werknemers. Ook ligt het aantal ziekmeldingen lager dan in dezelfde periode van voorgaande jaren. Ondanks deze daling blijft het verzuim relatief hoog. Dit komt doordat werknemers die uitvallen, langer afwezig blijven. 

“Omdat de griep in mei nauwelijks nog zorgt voor ziekmeldingen, zien we dat vooral werknemers die langdurig uitvallen het gemiddelde verzuim hoog houden”, vertelt Redmer van Wijngaarden, bedrijfsarts en directeur medische zaken bij ArboNed. “Vooral stressgerelateerd verzuim blijft een grote uitdaging. Het aantal medewerkers dat hierdoor langdurig uitvalt is de afgelopen vijf jaar met 43 procent gestegen. Dat zien we duidelijk terug in de verzuimcijfers.” 

Hittebeleid geen luxe maar noodzaak

Naast de verzuimontwikkelingen vragen ook de huidige hoge temperaturen om aandacht op de werkvloer. De afgelopen dagen leidde de hitte in veel sectoren tot extra belasting op de werkvloer. Bij zomerse, of zelfs tropische temperaturen is het belangrijk dat organisaties hier adequaat op inspelen. Een goede voorbereiding is daarbij essentieel. “Hoge temperaturen zijn iets waar je als werkgever structureel rekening mee moet houden. Ze komen elk jaar terug”, zegt Van Wijngaarden. “Werkgevers doen er goed aan om vooraf vast te leggen welke maatregelen gelden bij hitte. Als je daar pas over nadenkt als het 35 graden is, ben je vaak te laat.” 

Breder kijken dan temperatuur alleen

Alleen kijken naar het aantal graden is bij hitte niet altijd voldoende. “Factoren zoals luchtvochtigheid, zonnestraling en wind bepalen in belangrijke mate hoe zwaar de omstandigheden daadwerkelijk zijn voor het lichaam”, zegt Van Wijngaarden. “Daarom kent de Nederlandse wet geen vaste maximumtemperaturen en vraagt werken in de hitte om maatwerk. Tegelijkertijd zien we dat de behoefte aan duidelijke handvatten toeneemt. Een indicator zoals de nieuwe ‘hittekracht’ van het KNMI, die meerdere factoren combineert, helpt om de totale belasting beter te duiden. Dat kan het voor werkgevers makkelijker maken om tijdig maatregelen te nemen, óók op dagen die minder extreem lijken, maar dat in de praktijk wel zijn.” 

Effect op veiligheid en productiviteit

Hitte kan directe gevolgen hebben voor hoe mensen functioneren tijdens hun werk. Werknemers kunnen sneller vermoeid raken, meer moeite hebben zich te concentreren en minder goed herstellen gedurende de werkdag. “Dat vergroot de kans op fouten en onveilige situaties”, aldus Van Wijngaarden. “Vooral in functies waarin veiligheid, alertheid en fysieke inspanning een belangrijke rol spelen, is dat een risico dat je niet moet onderschatten.” 

Kleine aanpassingen maken groot verschil

Volgens Van Wijngaarden maken kleine aanpassingen al veel verschil. “Denk aan het plannen van werkzaamheden op koelere momenten van de dag, het tijdelijk verlagen van de werkdruk of het inlassen van extra pauzes.” Ook basisvoorzieningen blijven essentieel, zoals voldoende drinkwater, schaduwplekken en mogelijkheden om af te koelen. “Met relatief eenvoudige maatregelen kunnen werkgevers veel ongemak en risico’s beperken. Door deze afspraken vooraf vast te leggen, weten medewerkers en leidinggevenden beter wat er van hen wordt verwacht wanneer de temperaturen oplopen.”